Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling
BIJ EEN VERMOEDEN VAN KINDERMISHANDELING OF HUISELIJK GEWELD KUN JE CONTACT OPNEMEN MET VEILIG THUIS OP 0800-2000 (GRATIS EN 24/7 BEREIKBAAR)
Als zelfstandige werk ik niet binnen of samen met een organisatie of arts. Dat maakt mij kwetsbaar en daarom worden alle stappen samen met “Veilig Thuis” genomen cq. zal ik een aantal stappen niet nemen. Ik zal altijd de adviezen van “Veilig Thuis” opvolgen.
Definities:
Huiselijk geweld
Het begrip huiselijk geweld wordt in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo, art. 1.1.1 lid 1) als volgt omschreven: lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld of bedreiging daarmee door iemand uit de huiselijke kring. Daarbij wordt onder geweld wordt verstaan: de fysieke, seksuele of psychische aantasting van de persoonlijke integriteit van het slachtoffer, Daaronder wordt ook begrepen ouderenmishandeling, vrouwelijke genitale verminking, huwelijksdwang en eergerelateerd geweld. Tot de huiselijke kring van het slachtoffer behoren: (ex-)partners, gezinsleden, familieleden en mantelzorgers.
Kindermishandeling
De Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (artikel 1.1.1 lid 1) hanteert de volgende definitie van kindermishandeling: elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.
Beroepsgeheim of Algemene zwijgplicht.
Iedere beroepskracht die individuele cliënten hulp, zorg, steun of een andere vorm van begeleiding biedt heeft een beroepsgeheim. Deze zwijgplicht, zoals het beroepsgeheim ook wel wordt genoemd, verplicht de beroepskracht om, kort gezegd, geen informatie over de cliënt aan derden te verstrekken, tenzij de cliënt hem daarvoor toestemming heeft gegeven. Doel van het beroepsgeheim is de drempel voor de toegang tot de hulpverlening zo laag mogelijk te maken en de cliënt het vertrouwen te geven dat hij vrijuit kan spreken.
De paradox is dat een te rigide omgang met het beroepsgeheim tot gevolg kan hebben dat een cliënt die dringend hulp nodig heeft juist niet geholpen wordt omdat de beroepskracht meent dat hij vanwege zijn beroepsgeheim niet in mag grijpen.
Er kunnen zich situaties voordoen waarin de beroepskracht alleen door te spreken zijn cliënt kan helpen, terwijl hij voor dit spreken geen toestemming krijgt. Er kan in dat geval sprake zijn van een conflict van plichten.
Binnen de wet(ten), zoals artikel 21d lid 3 van de WMO, is er daarom een meldrecht voor beroepskrachten. Dit meldrecht bestaat uit twee delen: het recht om een vermoeden van huiselijk geweld, zonder toestemming van de betrokkene, te melden, én het recht om op verzoek van Veilig Thuis, informatie over het gezin te verstrekken, eveneens zonder toestemming van de betrokkene.
Uiteraard moet een dergelijk besluit om de zwijgplicht te doorbreken zorgvuldig worden genomen. Beantwoording van de volgende vijf vragen leidt doorgaans tot een zorgvuldige besluitvorming:
- Kan ik door te spreken zwaarwegende belangen van mijn cliënt of van zijn kinderen behartigen?
- Is er een andere mogelijkheid om ditzelfde doel te bereiken zonder dat ik mijn beroepsgeheim hoef te verbreken?
- Waarom is het niet mogelijk om toestemming van de cliënt te vragen of te krijgen voor het bespreken van zijn situatie met iemand die hem kan helpen?
- Zijn de belangen van de cliënt die ik wil dienen met mijn spreken zo zwaar dat deze naar mijn oordeel opwegen tegen de belangen die de cliënt heeft bij mijn zwijgen?
- Als ik besluit om te spreken aan wie moet ik dan welke informatie verstrekken zodat het geweld of de mishandeling effectief kan worden aangepakt?
Bij het besluit om de geheimhouding te doorbreken, speelt de positie van de cliënt een belangrijke rol. Bij cliënten die zich in een afhankelijke positie bevinden waardoor ze minder goed in staat zijn zelf op te treden tegen mishandeling of geweld, zal een beroepskracht eerder dan ‘gemiddeld’ kunnen besluiten dat hij zijn zwijgplicht verbreekt.
Omdat achteraf een toetsende organisatie gevraagd wordt om een oordeel te geven over het optreden van de beroepskracht, waarbij vooral de zorgvuldigheid wordt beoordeeld waarmee het besluit om de geheimhouding te verbreken tot stand is gekomen, zal ik alles doen in constante advisering met Veilig Thuis.
Stappenplan:
Stap 1: In kaart brengen van signalen
- Breng de signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten in kaart en leg deze vast in het dossier.
- Beschrijf de stappen die je hebt gezet en de besluiten die worden genomen.
- Leg ook vast wie je hebt geraadpleegd en wat je in dit overleg hebt afgesproken.
- Noodsituaties: bel 112
Doe de kindcheck bij ‘oudersignalen’. Ga na of:
- de zorgvrager kinderen heeft;
- daarvoor adequate tijdelijke opvang is;
- de zorgvrager de kinderen structureel voldoende kan beschermen, verzorgen en opvoeden.
Stap 2: Advies van Veilig Thuis.
- Vraag advies aan Veilig Thuis en bespreek de signalen.
- Eventueel: Raadpleeg daarnaast zo nodig een deskundige op het gebied van letselduiding, zoals een kinderarts of een forensisch geneeskundige.
Stap 3: Gesprek met de zorgvrager
- Bespreek de signalen met de zorgvrager.
NB: in specifieke gevallen er kan worden afgezien van een gesprek met de cliënt vanwege veiligheidsrisico’s. Bespreek dit altijd met Veilig Thuis. - Heb je ondersteuning nodig bij het voorbereiden of het voeren van het gesprek met de zorgvrager, raadpleeg dan Veilig Thuis.
In het gesprek met de cliënt gaat het er om dat je:
- het doel van het gesprek uitlegt;
- de signalen, dit wil zeggen de feiten die hij heeft vastgesteld en de waarnemingen die hij heeft gedaan, bespreekt;
- de cliënt uitnodigt om daarop te reageren;
- en pas na deze reactie zo nodig komt met een interpretatie van wat hij heeft gezien en gehoord en wat hem in reactie daarop verteld is
Stap 4: Weging van de informatie die is verzameld en bij twijfel altijd (opnieuw) raadplegen van Veilig Thuis
- Weeg op basis van de signalen, van het ingewonnen advies en van het gesprek met de zorgvrager cq. de minderjarige zorgvrager en zijn ouders het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling.
- Weeg eveneens de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling.
- Heb je op basis van de verzamelde informatie in de stappen 1 tot en met 4 een vermoeden van (dreiging van) huiselijk geweld of kindermishandeling?
- Nee: sluit de meldcode af en leg dat vast is het dossier
- Ja: beantwoord de volgende vraag:
- Schat ik in dat op basis van de stappen 1 tot en met 4 er sprake is van een vermoeden van acute of structurele onveiligheid? (meldnorm 1)
- Nee: ga verder met afweging 3 (stap 5)
- Ja: Meld bij Veilig Thuis. De afwegingen 3 tot en met 5 (zie stap 5) worden samen met Veilig Thuis doorlopen
- Raadpleeg in alle gevallen waarin je twijfelt over je vervolgstap (opnieuw) Veilig Thuis.
Stap 5: Beslissen:
- Is melden noodzakelijk?
- Is hulp bieden of organiseren (ook) mogelijk?
|
Melden is noodzakelijk |
Hulp bieden of organiseren is (ook) mogelijk |
|
Er is sprake van een vermoeden van acute of structurele onveiligheid. |
Beslis in samenspraak met Veilig Thuis of passende en toereikende hulp bieden -binnen het kader van mijn praktijk- (ook) tot je mogelijkheden behoort. |
|
· meld je vermoeden bij Veilig Thuis; · beschrijf zoveel mogelijk feiten en gebeurtenissen die je hebt vastgesteld; · geef duidelijk aan als de informatie bij je melding (ook) van anderen afkomstig is; |
|
|
én |
|
|
· overleg met Veilig Thuis wat je na de melding, binnen de grenzen van je gebruikelijke werkzaamheden, zelf kan doen om de zorgvrager en/of zijn gezinsleden tegen het risico op kindermishandeling of huiselijk geweld te beschermen. |
|
3. Ben ik in staat effectieve hulp te bieden of organiseren om dreiging van (toekomstig) huiselijk geweld en/of kindermishandeling af te wenden?
Bij acute onveiligheid en/of structurele onveiligheid wordt deze afweging samen met Veilig Thuis doorlopen.
- Nee: Melden bij Veilig Thuis
- Ja: Ga verder met afweging 4
4. Aanvaarden de zorgvrager en diens systeem hulp om dreiging van (toekomstig) huiselijk geweld en/of kindermishandeling af te wenden en zijn zij bereid zich hiervoor in te zetten? (Meldnormen 2 en 3)
Ofwel: Ben ik in staat de hulp in samenwerking met de betrokkenen te bieden of organiseren?
Bij acute onveiligheid en/of structurele onveiligheid wordt deze afweging samen met Veilig Thuis doorlopen.
- Nee: Melden bij Veilig Thuis
- Ja: Hulp bieden of organiseren, ga verder met afweging 5
5. Leidt de hulp binnen de gewenste termijn tot duurzame veiligheid en/of het welzijn (herstel) van alle betrokkenen?
Bij acute onveiligheid en/of structurele onveiligheid wordt deze afweging samen met Veilig Thuis doorlopen.
- Nee: (Opnieuw) melden bij Veilig Thuis.
- Ja: Hulp afsluiten met afspraken over het volgen van toekomstige (on)veiligheid met betrokkenen en evt. samenwerkingspartners en Veilig Thuis.